Het belang van preventieve zorgen

terug naar overzicht

In onze praktijk hechten wij veel belang aan goede preventieve zorgen. De aloude spreuk ‘voorkomen is beter dan genezen’ draagt namelijk veel waarheid met zich mee.

Een regelmatige controle en opvolging helpt je huisdier gezond te blijven en bovendien kan je bij problemen snel ingrijpen. Dit verhoogt de kans op genezing en zorgt dat de kosten minder snel oplopen dan wanneer je dier ernstig ziek is.

Wat houdt een goede preventieve verzorging in?

Jaarlijkse controle en vaccinatie

Een jaarlijkse controle bij de dierenarts is zeker aangewezen. Tijdens de jaarlijkse check-up controleert de dierenarts een aantal belangrijke parameters bij je huisdier: de oren, ogen en tanden worden grondig gecontroleerd, evenals de vachtkwaliteit en het gewicht.

Ook informeert de dierenarts naar eventuele problemen. Zo kunnen veranderingen in het gedrag, voeding- of drinkpatroon wijzen op onderliggende klachten. Eventuele problemen worden tijdens de gezondheidsconsultatie besproken en kunnen verder onderzocht worden.

Ook het vaccineren van je huisdier is sterk aanbevolen.

Bij de hond wordt er gevaccineerd tegen onderstaande ziektes:

Distemper (ook wel hondenziekte of ziekte van Carré genoemd): wordt veroorzaakt door een zeer besmettelijk virus. Vooral jonge dieren zijn zeer gevoelig.

Mogelijke symptomen zijn:

  • Koorts
  • Neus- en oogvloei
  • Zenuwsymptomen

Besmetting met hondenziekte gebeurt via de lucht (druppels vocht afkomstig uit de neus, keel en ogen)

Hepatitis (of besmettelijke leverziekte): het virus wordt uitgescheiden en verspreid via speeksel, mest en urine en is daardoor gemakkelijk overdraagbaar.

Mogelijke symptomen zijn:

  • Koorts
  • Ontsteking van de lever
  • Gebrek aan eetlust

Wanneer de ziekte niet snel behandeld wordt kan Hepatitis contagiosa leiden tot sterfte.

Parvovirose: Parvo is een uiterst besmettelijke ziekte die veroorzaakt wordt door een virus. Vooral jonge honden en pups zijn zeer gevoelig en kunnen bij een ernstige besmetting overlijden.

De ziekte verspreidt zich via uitwerpselen en is resistent in de omgeving.

Mogelijke symptomen zijn:

  • Diarree (al dan niet met bloed)
  • Braken
  • Koorts
  • Gebrek aan eetlust

Kennelhoest (of besmettelijke hondenhoest): de aandoening kan veroorzaakt worden door meerdere ziekteverwekkers, waaronder het Para influenza virus en de Bordetella bacterie.

Kennelhoest is uiterst besmettelijk, vooral wanneer veel honden samenkomen, zoals in de hondenschool of het pension.

Mogelijke symptomen zijn:

  • Droge hoest

Leptospirose (of ziekte van Weil): wordt overgedragen door bacteriën die meestal afkomstig zijn uit de urine van andere honden en ratten. De ziekte komt regelmatig voor en vooral honden die in contact komen met stilstaand water, zoals plassen, vijvers en grachten zijn vatbaar. Leptospirose is een ernstige aandoening die kan leiden tot sterfte bij de hond en ook overdraagbaar is naar de mens.

Mogelijke symptomen zijn:

  • Hoge koorts
  • Donkergele tot donkerbruine urine
  • Gele slijmvliezen

Rabiës (of hondsdolheid): rabiës is een dodelijk virus en dit zowel voor dieren als mensen. Het virus wordt overgedragen via speeksel van andere besmette dieren, bijvoorbeeld via een beet, maar ook via de slijmvliezen en kleine wondjes.

Mogelijke symptomen zijn:

  • Razernij
  • Verlamming

Ook bij de kat zijn er een aantal belangrijke aandoeningen waartegen je kan vaccineren:

Kattenziekte (of panleukopenie): is een uitermate besmettelijk virus verwant aan de Parvo virussen.

Mogelijke symptomen zijn:

  • Diarree
  • Braken
  • Koorts
  • Lusteloosheid

Het virus evolueert zeer snel en kent vaak een fatale afloop.

Niesziekte: niesziekte bij katten wordt meestal veroorzaakt door virussen, waaronder het Feline Herpes Virus en het Calici virus en bacteriën, zoals Chlamydia.

Mogelijke symptomen zijn:

  • Ontstoken ogen
  • Niezen

In sommige, ernstigere gevallen treden ontstekingen op ter hoogte en de tong of volledige mond, waardoor de kat moeilijk kan eten. Ook kan zich een bronchitis of longontsteking ontwikkelen.

Niesziekte is vaak hardnekkig. Eenmaal de kat de besmetting heeft opgelopen, blijft ze levenslang gevoelig en kan het virus bij stresssituaties opnieuw opflakkeren.

Kattenleukemie (of leucose): een besmetting met leucose kan helaas tot op vandaag nog niet behandeld worden. Een besmetting zorgt voor een vermindering van de afweer, bloedarmoede en in sommige gevallen vorming van tumoren onder meer ter hoogte van de nieren en lymfeknopen.

Mogelijke symptomen zijn:

  • Zwakte
  • Verminderde eetlust
  • Vermageren
  • Koorts
  • Diarree

Ten slotte is het ook aangewezen je konijn te vaccineren tegen een aantal dodelijke virussen:

Myxomatose: veroorzaakt zwellingen ter hoogte van de ogen, snoet, anus en geslachtsdelen. De ziekte wordt overgedragen door contact met andere, besmette dieren, maar ook via stekende insecten zoals muggen en contact met besmet materiaal.

Myxomatose is moeilijk te genezen en zal in de meeste gevallen leiden tot sterfte.

RHD 1 en 2: het virus zorgt vaak voor acute sterfte bij het konijn. Frequent voorkomende symptomen zijn diarree, sufheid, gebrek aan eetlust en bloedingen. In sommige gevallen treden evenwel geen duidelijk waarneembare symptomen op.

Titeren

Door middel van het titeren bepaalt de dierenarts of je huisdier over voldoende antistoffen in het bloed beschikt. Indien er voldoende antistoffen aanwezig zijn, hoeft je huisdier dat jaar niet gevaccineerd te worden. Zijn de antistoffen te laag? Dan wordt er wel gevaccineerd.

Titerbepaling zorgt op deze manier voor een vaccinatieschema op maat van je huisdier.

Bij de hond kan bij een titerbepaling enkel de antistoffen voor Parvovirose, hondenziekte en hepatitis bepaald worden. Voor de ziekte van Weil (Leptospirose) kan er niet getiterd worden en dient je huisdier gevaccineerd te worden. Ook voor kennelhoest dient jaarlijks een vaccin te worden toegediend.

Bij de kat wordt er getiterd op kattenziekte.

Voor een titerbepaling dient een kleine hoeveelheid bloed te worden afgenomen, waarna de dierenarts de test uitvoert.

De titertest moet jaarlijks herhaald worden tot de immuniteit van het dier onvoldoende is en er opnieuw moet gevaccineerd worden.

Endoparasieten: wormen

Sommige dieren zijn gevoeliger aan worminfecties dan andere en dienen daarom frequenter te worden behandeld.

Als baasje heb je de keuze tussen curatief en preventief ontwormen.

Bij curatieve ontworming voert de dierenarts eerst een mestonderzoek uit om te bepalen of er wormeieren aanwezig zijn in de mest. Is dit niet het geval? Dan hoef je je huisdier niet te ontwormen. Zijn er wel wormeieren aanwezig? Dan dien je een ontwormingskuur toe te dienen.

Een mestonderzoek gebeurt best minimaal 2x per jaar en bij voorkeur 4x per jaar.

Voer je geen voorafgaand mestonderzoek uit, dan dien je je huisdier minimaal 2x per jaar te ontwormen. Bij gevoelige dieren mag dit opgedreven worden tot 4x per jaar.

Verblijft je huisdier vaak buitenshuis? Dan kan je overwegen je hond of kat maandelijks te ontwormen om zo een besmetting tegen longworm tegen te gaan.

Ook bij verblijf in het buitenland wordt een behandeling tegen longworm geadviseerd. Hierbij dien je je huisdier de maand voor vertrek, de maand van de vakantie en de maand na thuiskomst te behandelen.

Exoparasieten: vlooien en teken

Wens je je huisdier optimaal te beschermen tegen exoparasieten, zoals teken en vlooien? Dan is het aangewezen maandelijks een vlooien en teken afdodend product toe te dienen.

Kies hier bij voorkeur voor een product dat snel en efficiënt afdoodt. Teken zijn namelijk dragers van heel wat gevaarlijke ziekten. Hoe sneller de teek wordt afgedood, hoe minder risico op overdracht.

Voeding

Ten slotte speelt de voeding een cruciale rol in de gezondheid van je huisdier.

Een kwalitatieve voeding heeft een goede opneembaarheid en is uitgebalanceerd qua vitaminen en mineralen en verrijkt met omega vetzuren.

De vetzuren zorgen voor een glanzende en gezonde vacht, waardoor je huisdier minder haar verliest. Omega vetzuren, zoals EPA en DHA zijn ook belangrijk voor een optimale hersenontwikkeling bij jonge dieren en een goede oogfunctie.

Ook het eiwitgehalte is van belang. Een uitgebalanceerd eiwitgehalte zorgt voor een goede spierontwikkeling en groei.

Bij het merendeel van de dieren volstaat het om een goede onderhoudsvoeding toe te dienen. Zorg hierbij evenwel dat je kiest voor een volwaardige voeding, waar alle voedingsstoffen aan toegevoegd zijn.

Dieren die kampen met een specifieke aandoening, zoals nierproblemen, gevoelige urinewegen of maagdarm klachten zijn evenwel gebaat met een aangepast dieetvoer of medisch voeder. Deze soorten voeding zijn specifiek afgesteld op de behoefte van je huisdier en helpen bepaalde klachten te behandelen.

Heb je vragen omtrent de keuze van voeding voor je huisdier? Contacteer onze dierenarts of een van onze assistentes of ontdek ons assortiment op onze online shop www.omnipet.be